protocol

meten bloedglucose


Datum laatste herziening

23-05-16

terug naar protocollenindex

Eindverantwoordelijke

Petra



Doel
Het betrouwbaar bepalen van de capillaire bloedglucosewaarde met een draagbare bloedglucosemeter.

Achtergrondinformatie
  • Draagbare bloedglucosemeters in de huisartsenpraktijk kunnen een meetafwijking hebben van 10 tot 15 procent, zelfs wanneer ze jaarlijks geijkt worden.
  • De wijze waarop de vingerprik verricht wordt kan ook een aanzienlijke meetfout geven bijvoorbeeld door stuwing.
  • De bloedglucosewaarde wordt bij voorkeur nuchter bepaald. Uitzonderingen zijn bij niet lekker voelen om hyper- of hypoglykemie uit te sluiten.
  • Gebruik voor de capillaire meting de middelvinger of de ringvinger.
  • Het is verstandig de bloedglucosewaarde veneus via een klinisch laboratorium te bepalen, als er twijfel blijft bestaan over de juistheid van de gevonden waarde.
Randvoorwaarden
  • De uitvoerend medewerker:
    • Is tegen Hepatitis B ingeënt.
    • Reinigt voor en na het patiëntcontact de handen.
    • Werkt volgens hygiëne-eisen:
      • In de afvalbak:
        • met bloed verontreinigde gazen;
        • gebruikt verband.
        • veiligheids-wegwerplancetten
  • Prikaccidenten worden direct gemeld bij de huisarts, en wordt het protocol prikaccident gevolgd.
  • De huisarts is bereikbaar voor overleg.
Benodigdheden
  • Geijkte draagbare bloedglucosemeter en bijpassende niet-verlopen en gecodeerde teststrip.
  • veiligheids-wegwerplancetten geschikt voor eenmalig gebruik.
  • Tissue / gaasje en pleister.
  • GEEN desinfectans (alcohol beïnvloedt de bloedglucosewaarde!).

Activiteiten
  1. Ontvangst patiënt
Laat de patiënt zitten en ga na of hij/zij nuchter is.
  1. Klaarleggen materialen
Geef de patiënt uitleg over de handeling. Leg de benodigde spullen klaar en plaats de strip in de meter.
  1. Inspecteren prikplaats
Controleer of de vinger van de patiënt schoon en warm is.
Bij erg koude handen maakt het opwarmen onder de warme kraan het verkrijgen van een bloeddruppel makkelijker.
  1. Reinigen prikplaats
Veeg de prikplaats met een nat gaasje schoon. Droog daarna deze vinger goed af.
  1. Prikken
Plaats de glucosestrip in de meter.
Prik met een veiligheids-wegwerplancet bij voorkeur op de zijkant van de ringvingertop en doe het vervolgens in de afvalbak.
Veeg de eerste druppel bloed weg.
  1. Afnemen bloed
Wacht tot spontaan een flinke tweede bloeddruppel verschijnt en stuw de vinger niet.
Laat het bloed in/op de strip komen.
  1. Prikplaats verbinden
Geef de patiënt een tissue en/of verbind zo nodig de prikplaats met een pleister.
  1. Aflezen meting
Lees het resultaat af en noteer de bloedsuiker waarde
  1. Opruimen gebruikte materialen
Deponeer het veiligheidswegwerplancet en de gebruikte strip in de afvalemmer.
  1. Registreer de glucosewaarde
Voer de meetwaarde in in het HIS (1 gluc nuchter) en declareer BSS + CO of voer de meetwaarde in PortaVita in.
Een afwijkende bloedglucose waarde stuur je via de assistentenmodule naar de aanvrager.